Raakt een engeltje jou wel eens aan met een penseel?

De meest vreemde zonsondergang die ik meegemaakt heb was meer dan twintig jaar geleden. Het was in Australië. Bij de Uluru of Ayers Rock. Waarschijnlijk ken je hem wel van foto’s, de broodvormige berg die uit het niets oprijst in het rode centrum van Australië. Voor de lokale Aboriginals is het een heilige berg met een religieuze betekenis, verbonden aan de Droomtijd. Niet zo verwonderlijk, als je de berg daar in die immense ruimte ziet liggen. Hij ademt heiligheid. Iedere scheur en ieder gat heeft een eigen verhaal.

Voor de toeristen is het een bezoekersattractie, voor mij dus ook. Ondanks de verzengende hitte was ik op de berg geklommen. Ik was er omheen gelopen, ik had hem van links en van rechts bekeken. Maar ik had de zon er nog niet onder zien gaan. En ook dat stond in de gids vermeld als bijzonder. Dus toog ik in de avondschemering samen met mijn vriend naar de Uluru. Toen we daar in onze gehuurde jeep aankwamen, bleken we niet de enige te zijn. Er stond een lange lijn van auto’s geparkeerd langs de rechte weg, zover als ik kon kijken. Met moeite konden we nog een plek vinden om onze auto te parkeren. Naast de auto’s stonden allemaal groepjes van wachtende mensen. Ik was lichtelijk in verwarring, want wat deden die mensen daar? Ja duuuh, de zon onder zien gaan. Daar kwamen wij toch ook voor?

Maar er was iets vreemds. Ze keken niet naar het westen waar de zon ondergaat. Ze keken naar het oosten. En daar lag de Uluru pontificaal in het zicht. Na enig geblader in de toeristengids en ruggespraak met mijn vriend werd het me duidelijk. Het ging om het verkleuren van de Uluru tijdens het ondergaan van de zon. Dat moest wel spectaculair zijn. Dat geloofde ik wel, want zelfs in de felle zon was de kleur van deze berg betoverend. Ik vond het lastig. Ik wilde beide zien. Zowel de Uluru in het oosten, als de ondergaande zon in het westen. De zon hing al vlak boven de verre horizon. Ik besloot om en om in beide richtingen te kijken. En ik daagde mezelf nog verder uit. Om de berg optimaal waar te nemen ging ik tekeningetjes maken. Ik maakte er drie, verlopend van kleur, want het ging rap met het verkleuren van de berg. En af en toe keek ik de andere kant op. Zoals in Nederland de zon in de zee zakt, werd zij hier opgeslokt door het uitgestrekte vlakke land. Na het magische moment van totale verdwijning, gebeurde er nog iets wonderlijks, in feite het meest wonderlijke van de avond. Terwijl het land verstilde en nog onder de indruk was van het heengaan van de zon, stapten de aanwezige mensen als door een vlieg gestoken massaal in hun auto, startten ronkend hun motor en reden weg. Langzaam loste de file zich op in het schemerdonker. Verbaasd bleef ik achter met mijn vriend in een verlaten landschap waaruit de kleur langzaam wegtrok.

Vanmorgen toen ik opstond was het nog donker. Ik zag een enkele ster.  Wat later ontdekte ik ook het maansikkeltje vlak boven de horizon. In de holte van het sikkeltje was de gehele maancirkel beschaduwd zichtbaar was. Zeldzaam mooi, het grootste deel van de maan verborgen, maar toch aanwezig. Bij mijn wandelding in het schemerdonker vervaagde de maan, maar sloop de kleur langzaam terug in de wereld om mij heen. In het oosten werd het licht reeds feller zichtbaar. Op een gegeven moment wierp ik een blik over mijn schouder richting het westen. Het leek daar nog donker, maar ik zag een wolkenbank in zachte tinten boven de horizon hangen. Met zo’n subtiliteit van kleur zoals je alleen in de schemering ziet als de zon er nog niet of niet meer is. Alsof een engeltje je even met een penseel aanraakt. En ineens moest ik terugdenken aan dat wonderlijke moment in Australië dat iedereen wegreed meteen nadat de zon onder was gegaan en niemand meer keek hoe de kleuren langzaam vervaagden.

Uluru K

Geplaatst in Blog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *